Een fles Blonde du Château op door de regen donker geworden stenen.Blonde du Château na de regen, op de stenen in Durbuy.Op de stenen, op de bladeren, op de paden die stoffig waren geworden. Na weken zonder regen klinkt dat geluid haast als iets uit een ver verleden. We luisteren er anders naar. Alsof de regen niet alleen uit de lucht valt, maar ons aan iets komt herinneren.

Een droge zomer verdwijnt niet met één regenbui. De aarde drinkt langzaam. De weiden behouden de kleur die de droogte hun heeft gegeven. De bossen blijven kwetsbaar. Overal in Wallonië wordt steeds vaker tot voorzichtigheid gemaand. Vuur lijkt soms iets van ver weg. Toch heeft het laten zien dat het ook in ons landschap kan toeslaan.

Voor een brouwerij is dat geen abstract onderwerp. Bier begint buiten. Vóór de ketel komt het water. Vóór het brouwsel komt het graan. Vóór de bitterheid komt de hop—een plant die gevoelig is voor de seizoenen, de zon en een tekort aan water.

Vroeger wist men dat ook, al sprak men er anders over. Een slecht seizoen had gevolgen voor de oogsten, de molens, de rivieren, de stallen en wat er op tafel kwam. Al in 1921 liet de grote droogte haar sporen na in België. De archieven vertellen over verschroeide velden, lage waterstanden en mislukte oogsten. Zelfs de hop kreeg het zwaar te verduren.

Vandaag brouwen we in een bijgebouw van het Château de Durbuy, met nauwkeurige apparatuur, werkbladen, genummerde batches en zorgvuldig beheerste handelingen. Maar niets daarvan maakt ons werkelijk los van de wereld buiten.

De regen keert terug. Hij maakt niet alles goed. Maar hij herinnert ons eraan waar bier zijn oorsprong vindt: op een plek, in een seizoen en in een bodem die onze aandacht verdient.